Een pet is een hoofdeksel. Vroeger droegen de welgestelde mensen een hoed wanneer zij naar buiten gingen. Petten werden gedragen door de mensen die het minder goed getroffen hadden in de maatschappij. Zo droegen bijvoorbeeld arbeiders vaak een pet. Hier komt ook de uitdrukking ‘Jan-met-de-pet’ vandaag. Vroeger droeg haast alle mannen een pet wanneer zij buiten waren. Ook jongens droegen vanaf jonge leeftijd een pet. Wanneer je geen pet op hebt, viel dit ook direct op en werd er direct gevraagd waar de pet gebleven was. Vaak hadden de jongens altijd een pet op, dus wanneer ze geen pet op hadden dan waren ze deze waarschijnlijk kwijtgeraakt of was deze weggewaaid. De mensen vonden het belangrijk dat je altijd een pet droeg, omdat je anders makkelijk kou kon vatten in de winter. Maar in de jaren 30 brak het pettenloze tijdperk aan, waarin steeds minder mannen een pet kopen en dragen. In de jaren 90 begonnen vooral jongens weer petjes te dragen. Zo werd er vaak een baseballpetje gedraagt wat door sommige jongens ook op school in de klas werd gedragen. Dit werd niet als vreemd beschouwd en de meeste leraren vonden het ook prima dat jongens een pet droegen in de klas. Zij waren bang dat wanneer ze er iets van zouden zeggen ze als ouderwets en bekrompen werden gezien, en dus werd het petje dragen in de klas gedoogd.

Daarnaast heb je ook een uniformpet die bijvoorbeeld wordt gedragen door iemand in het leger of een politieagent. Hierbij was de pet een onderdeel van het uniform dat wordt gedragen. De bedoeling van zo een pet is niet direct om de bovenzijde van het hoofd warm te houden, maar meer als deel van het uniform, net als de leren laarzen bijvoorbeeld. Het verleent op een manier een zekere status. Wanneer je binnen bent, wordt de pet afgezet.

http://snapbacks.nl
De Pet

Post navigation